Bemiddeling neemt vandaag een steeds belangrijkere plaats in bij de behandeling van geschillen in België. Het Gerechtelijk Wetboek wijdt er een specifiek kader aan, in de artikelen 1723/1 tot 1737, en het recente wetgevingsbeleid schrijft zich duidelijk in in een cultuur van de minnelijke oplossing, waarbij partijen worden aangemoedigd een onderhandelde oplossing te zoeken vóór, tijdens en soms in de plaats van het proces.
In die context is bemiddeling niet langer een louter facultatief « bijzaakje »: het is een volwaardige wijze van geschillenbeslechting, met eigen vereisten en eigen gevolgen. Toch moet een veelvoorkomende verwarring worden vermeden: spreken over « bemiddeling » verwijst niet naar één enkele werkelijkheid. Naargelang men te maken heeft met vrije, vrijwillige of gerechtelijke bemiddeling, verschillen het niveau van juridische bescherming, de rol van de actoren en het moment van de stap.
Vrije bemiddeling
Vrije bemiddeling is de meest soepele vorm, maar ook de minst geïnstitutionaliseerde. De partijen doen een beroep op een vertrouwenspersoon (of het nu een advocaat, een andere professional of iemand uit hun omgeving is) en organiseren onderling een gespreksproces volgens de modaliteiten die zij zelf kiezen, zonder zich noodzakelijk in te schrijven in het wettelijke regime van het Gerechtelijk Wetboek.
Deze benadering kan bijzonder nuttig zijn wanneer het erom gaat een handelsrelatie te vrijwaren, de mogelijkheid van een akkoord af te tasten of een ontluikende spanning te ontmijnen. Ze laat fijne aanpassingen toe, afgestemd op de realiteit van het conflict en de persoonlijkheid van de partijen.
Toch kan de praktijkjurist niet negeren dat deze vrijheid gepaard gaat met een lagere graad van juridische bescherming: vrije bemiddeling geniet niet automatisch de gevolgen die aan de wettelijke bemiddeling verbonden zijn, met name inzake schorsing van de verjaring, de wettelijk georganiseerde vertrouwelijkheid of de mogelijkheid tot homologatie van het akkoord. Ze is dus niet af te wijzen, maar met onderscheidingsvermogen te hanteren.
Vrijwillige bemiddeling
Vrijwillige bemiddeling vormt de voornaamste toegang tot het echte wettelijke kader van de bemiddeling. In de zin van artikel 1723/1 van het Gerechtelijk Wetboek wordt bemiddeling omschreven als een vertrouwelijk en gestructureerd proces van vrijwillig overleg tussen partijen in conflict, gevoerd met de hulp van een neutrale, onafhankelijke en onpartijdige derde, die hen helpt zelf een oplossing uit te werken.
Vrijwillig is ze in wezen — de kwalificatie geeft vooral aan dat het initiatief bij de partijen ligt, buiten een rechterlijke beslissing die het gebruik van het proces zou opleggen. Deze bemiddeling steunt op de tussenkomst van een door de Federale Bemiddelingscommissie erkend bemiddelaar, wat een minimum aan opleiding en bekwaamheid in de leiding van het proces waarborgt.
In ruil verbindt de wet aan deze vorm beschermingsgevolgen die de vrije bemiddeling niet in dezelfde mate biedt. Onder die gevolgen neemt de vertrouwelijkheid een centrale plaats in: het Gerechtelijk Wetboek omkadert het regime van de mededelingen die tijdens de bemiddeling gedaan worden en beperkt hun latere gebruik strikt, om te waarborgen dat de gesprekken kunnen plaatsvinden zonder vrees voor een « terugslag » voor de rechter.
Het wettelijke regime maakt het bovendien mogelijk, onder de voorziene voorwaarden, om de procedurele situatie van de partijen veilig te stellen, met name door de schorsing van de verjaring en door de organisatie van een mechanisme van gerechtelijke homologatie van het akkoord wanneer dat tot stand komt.
Vrijwillige bemiddeling verschijnt zo als een bijzonder interessant compromis voor de advocaat: ze laat de cliënt de controle over de oplossing, terwijl ze zich inschrijft in een normatief kader dat het proces en de eruit voortvloeiende uitkomst beschermt.
Gerechtelijke bemiddeling
Gerechtelijke bemiddeling ten slotte komt tussen wanneer het geschil al voor een rechtscollege is gebracht. Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter in de loop van de procedure, binnen de door de wet gestelde grenzen, een bemiddeling kan bevelen op verzoek van de partijen of, in bepaalde gevallen, op eigen initiatief, zolang hij van oordeel is dat een toenadering mogelijk blijft. Het proces wordt dan tijdelijk tussen haakjes geplaatst, gedurende een poging tot minnelijke oplossing onder leiding van een erkend bemiddelaar.
Hier past het bemiddeling en verzoening zorgvuldig te onderscheiden: de verzoening speelt zich af in het hart van de zitting, in een rechtstreekse dialoog tussen de rechter en de partijen — de gerechtelijke bemiddeling daarentegen ontplooit zich in een afzonderlijke ruimte, onder de verantwoordelijkheid van een derde, met technieken die niet langer die van de rechterlijke beslissing zijn, maar die van de gestructureerde dialoog.
Dit onderscheid is niet louter theoretisch. De recente ontwikkeling van de kamers voor minnelijke schikking illustreert goed deze vermenging van de culturen van de minnelijke oplossing en van het geschil: bepaalde rechtscolleges organiseren voortaan specifieke zittingen, gericht op verzoening en bemiddeling, waar het doel is het conflict te herconfigureren veeleer dan het onmiddellijk te beslechten.
In dat perspectief wordt gerechtelijke bemiddeling een instrument dat zowel procedureel als strategisch is. Wanneer een akkoord tot stand komt en gehomologeerd wordt, verkrijgt het een uitvoerbare kracht die vergelijkbaar is met die van een vonnis, terwijl het het kenmerk van een onderhandelde oplossing behoudt. Zo maakt het mogelijk een dynamiek van onderhandeling opnieuw in te voeren in dossiers die zonder dat hun beloop tot een soms lange en dure beslissing zouden volgen.
Bemiddeling en juridisch advies: twee onderscheiden ruimten
Toch dringt een verduidelijking zich op: in bemiddeling verstrekt de bemiddelaar geen juridisch advies. Of hij nu advocaat is of uit een ander beroep komt, hij treedt niet op als rechter, noch als arbiter, noch als raadsman van een partij — zijn rol bestaat erin de dialoog te faciliteren en de reflectie te leiden naar een oplossing die de behoeften van eenieder respecteert, zonder een beslissing op te leggen.
Het juridisch advies bevindt zich in een andere ruimte. Het komt de advocaat toe om, vooraf, het dossier te analyseren, de cliënt de verschillende vormen van bemiddeling en hun gevolgen uit te leggen, de verenigbaarheid van het beroep op bemiddeling met de contractuele, verzekerings- of reglementaire beperkingen na te gaan, en te helpen bij de keuze van de meest geschikte weg. Daarnaast komt het hem toe de in het protocol aangegane verbintenissen veilig te stellen en, in voorkomend geval, het ontwerp van akkoord na te lezen vóór homologatie. Ten slotte, achteraf, moet hij de gevolgen van dat akkoord voor de andere geschillen of voor de globale strategie inschatten.
De juiste deur kiezen
Ten gronde streven de drie vormen van bemiddeling een gemeenschappelijk doel na: de partijen opnieuw actor van de oplossing laten worden, in een soepeler kader dan dat van het proces. Maar ze bieden niet hetzelfde kader, niet dezelfde gevolgen, en niet dezelfde graad van juridische bescherming.
De vraag is dus niet enkel of men « de minnelijke weg moet bevoorrechten ». Ze bestaat er, voor de advocaat, in om vanaf het ontstaan van het geschil de vorm van bemiddeling te bepalen die het best overeenstemt met de aard van het geschil, de temporaliteit van de procedure, het gezochte niveau van zekerheid en de belangen van zijn cliënt.
Het gaat er niet om de rechter te vervangen — het gaat er precies om het juridisch advies uit te oefenen daar waar het verwacht wordt: op het ogenblik van de keuze, onder de deuren van de minnelijke oplossing, voor die welke uitkomt op de beste strategie.
Voor Mediation4U.be
Xavier van den Bossche
Advocaat — Balie van Brussel
Erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken
Gecertificeerd 1e niveau — Opleiding in de systemische benadering van Palo Alto
Normatieve referenties (selectie)
- Gerechtelijk Wetboek, bepalingen betreffende de bemiddeling: artikelen 1723/1 tot 1737.
- Artikel 1723/1 Gerechtelijk Wetboek: definitie van bemiddeling als een vertrouwelijk en gestructureerd proces van vrijwillig overleg tussen partijen, met de hulp van een neutrale, onafhankelijke en onpartijdige derde.
- Artikel 1724 Gerechtelijk Wetboek: toepassingsgebied van de geschillen die het voorwerp van een bemiddeling kunnen uitmaken.
- Artikel 1728 Gerechtelijk Wetboek: regime van de vertrouwelijkheid in bemiddeling.
- Artikel 1734 Gerechtelijk Wetboek: gerechtelijke bemiddeling in de loop van de procedure.
- Wet van 18 juni 2018 betreffende de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, die de plaats van de bemiddeling in het Gerechtelijk Wetboek heeft versterkt.
- Wet van 19 december 2023 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en gerechtelijk recht, die met name de kamers voor minnelijke schikking (KMS) in de betrokken rechtscolleges heeft veralgemeend.